Een goed plan

De adviescommissie krijgt regelmatig de vraag: hoe ziet een goed plan er uit? En hoewel de adviescommissie die vraag begrijpt, wil en kan zij geen model of checklist aanreiken. Immers een goed plan doet allereerst recht aan de lokale situatie. Alleen al daardoor is geen plan gelijk. De adviescommissie kan wel een aantal uitgangspunten en overwegingen meegeven.

Goede plannen besteden aandacht aan de versterking van de structuur. Daarbij moet gedacht worden aan aspecten als de actuele behoefte, structuurversterking en een goede kwalitatieve onderbouwing.

Passen in provinciaal beleid

Vanzelfsprekend moet het plan passen in het provinciaal beleid. In het plan moet dan ook duidelijk worden aangegeven of en hoe het past binnen de provinciale kaders.

Er is in Zuid-Holland geen ruimte voor uitbreiding van winkelmeters, uitzonderingen daargelaten. De belangrijkste opgave is het uit de markt nemen van overtollige winkelmeters.  Plannen voor extra winkelmeters dienen daarom goed te worden onderbouwd vanuit structuurverschuivingen binnen de regionale winkelmarkt.

Actuele behoefte: inderdaad actueel en regionaal afgestemd

Een goed plan begint met goed zicht op de actuele behoefte. Die behoefte moet bepaald worden op basis van een goed gekozen verzorgingsgebied (zonder extra toevloeiing) en actuele cijfers. Groei van de distributieve ruimte zal alleen in specifieke niches aan de orde zijn.  De adviescommissie hecht grote waarde aan een goed inzicht in de regionale consequenties.  Het Koopstroomonderzoek 2016 vormt daarvoor een goede basis. 

Structuurversterking: past de winkelstructuur nog bij de moderne consument?

Het consumentengedrag verandert. Men kiest, naast de online-bestedingen,  bewust voor de winkelgebieden die bezocht worden. Het is dus van belang dat duidelijk is welke functie het plangebied voor de consument vervult of gaat vervullen binnen de veranderende winkelstructuur. Dan wordt ook duidelijk in hoeverre schaalvergroting en concentratie een rol spelen en of er ruimte is voor vernieuwende formules of andere innovaties.

Structuurversterking betekent ook het afscheid nemen van minder succesvolle winkelgebieden.

Kwalitatieve onderbouwing: hoe wordt de structuur ingevuld en aangevuld?

Als er sprake is van een vernieuwing van de winkelstructuur kan deze bijvoorbeeld worden ondersteund door concrete verplaatsings- of investeringsplannen.
Het bestaande winkelaanbod afzetten tegen de actuele marktbehoefte maakt de noodzaak van verandering helder.

Concentratie van de detailhandelsfunctie maakt verplaatsingen noodzakelijk (en het vervolgens herbestemmen van de achtergebleven ruimte). Bundeling met overige publieksfuncties leidt ook tot structuurversterking.
Tot slot vraagt ook het goed ruimtelijk inpassen van de ontwikkeling om flankerend beleid.

De meerwaarde van het winkelgebied binnen het verzorgingsgebied

Hoewel buiten de reikwijdte van de adviescommissie (die beoordeelt immers op de ruimtelijke consequenties en de aspecten van leefbaarheid) strekt het volgens de commissie tot aanbeveling om ook aandacht te schenken aan de branchemix en de mix met andere publieksfuncties. Vanzelfsprekend is het raadzaam voldoende aandacht te schenken aan de ruimtelijk functionele uitgangspunten voor een aantrekkelijk centrum en winkelcircuit. Aspecten als verdichting, bereikbaarheid, parkeren, logistiek, het aanzien van het centrum en de veiligheid in en rond het centrum zijn van belang voor zowel de ondernemers als de bezoekers.

Zoals gezegd de adviescommissie geeft geen model bestemmingsplan of checklist. Wel kunt u op deze site ook enkele relevante aspecten vinden die de adviescommissie mede gebruikt om tot een oordeel te komen. Deze vragen kunnen uw wellicht helpen bij de uitwerking van uw plan.

Lees ook de pagina Relevante aspecten en kijk op de pagina Nuttige publicaties voor de meest recente standaardgegevens.